| Megabits per seconde (Mbit/s) | Teraoctetten per seconde (To/s) |
|---|---|
| 1 Megabit per seconde | 0.000000125 To/s |
| 2 Megabits per seconde | 0.00000025 To/s |
| 3 Megabits per seconde | 0.000000375 To/s |
| 4 Megabits per seconde | 0.0000005 To/s |
| 5 Megabits per seconde | 0.000000625 To/s |
| 10 Megabits per seconde | 0.00000125 To/s |
| 20 Megabits per seconde | 0.0000025 To/s |
| 25 Megabits per seconde | 0.000003125 To/s |
| 50 Megabits per seconde | 0.00000625 To/s |
| 100 Megabits per seconde | 0.0000125 To/s |
| Referentie | Megabits per seconde (Mbit/s) | Teraoctetten per seconde (To/s) |
|---|---|---|
| A dial-up modem | 0.056 Mbit/s | 0.000000007 To/s |
| Typical home broadband | 100 Mbit/s | 0.0000125 To/s |
| Gigabit Ethernet | 1000 Mbit/s | 0.000125 To/s |
| Streaming a 4K film | 25 Mbit/s | 0.000003125 To/s |
De megabit per seconde is een eenheid van gegevensoverdrachtssnelheid gelijk aan een miljoen bits per seconde. Het symbool is Mbit/s, vaak geschreven als Mbps. Het is de eenheid waarin internetverbindingen worden verkocht, wat haar tot de gegevenseenheid maakt die de meeste mensen bij naam tegenkomen.
Omdat het om een decimaal miljoen gaat en niet om 1 048 576, is de omrekening naar octetten exact en eenvoudig: één megabit per seconde is 125 kilooctet per seconde, zodat een verbinding van honderd megabit hooguit ongeveer 12,5 megaoctet per seconde levert. Wie naar een bestandsoverdracht kijkt en de deling maakt, heeft het hele verband begrepen tussen hoe verbindingen worden aangeprezen en hoe overdrachten worden gemeld.
Wat een huishouden werkelijk nodig heeft ligt ver onder wat het gewoonlijk afsluit. Video in gewone resolutie gebruikt ongeveer 3 megabit per seconde, hoge resolutie ongeveer 5, ultrahoge resolutie ongeveer 25. Een beeldgesprek ligt tussen 3 en 8. Een groot gezin dat vier afzonderlijke hogeresolutiestromen bekijkt terwijl iemand een spel binnenhaalt, gebruikt misschien 60 megabit per seconde, wat een verbinding van honderd ruimschoots aankan.
De reden om meer capaciteit te kopen is niet de piek maar het gedrag onder belasting. Een verbinding dicht bij haar grens vormt wachtrijen, en wachtrijen voegen vertraging toe, die zich uit als haperen in beeldgesprekken en traagheid in spellen. Een verbinding met royale marge houdt haar vertraging laag, en dat is een merkbaarder verbetering dan een hoger getal in een snelheidstest.
Bedrade lokale netten passeren dit bereik op weg naar boven. Het oorspronkelijke ethernet liep op 10 megabit per seconde, zijn opvolger op 100, en beide waren elk een decennium lang de gewone kantooraansluiting voordat de gigabit ze verving. De draadloze normen volgden dezelfde weg met vertraging, en beide worden nu in honderden megabit of in gigabit gemeten.
De werkelijke doorvoer ligt altijd onder het nominale tempo. De protocollast neemt 5 tot 10 procent op een bedrade verbinding; een gedeeld draadloos kanaal verliest veel meer, want het medium wordt verdeeld over alle apparaten die het gebruiken en storing dwingt tot hersenden. Een verbinding die als 100 megabit per seconde wordt aangeprezen en 90 over kabel en 50 over een belast draadloos net meet, gedraagt zich normaal.
Eén megabit per seconde is gelijk aan 1 000 000 bits per seconde, 125 kilooctet per seconde of ongeveer 0,9537 mebibit per seconde.
Het teraoctet per seconde is een eenheid van gegevensoverdrachtssnelheid gelijk aan duizend gigaoctet per seconde, ofwel acht terabit per seconde. Het symbool is To/s. Het beschrijft de geheugenbandbreedte binnen de snelste processors en de gezamenlijke doorvoer van grote rekenstelsels, eerder dan enige verbinding tussen aparte machines.
Grafische chips en versnellers zijn het duidelijkste voorbeeld. Een hedendaagse versneller gebruikt gestapeld geheugen dat naast de processor in dezelfde behuizing zit, en de bandbreedte ertussen haalt enkele teraoctet per seconde. Dat getal is wat het mogelijk maakt duizenden rekeneenheden tegelijk bezig te houden, en het is nu de eigenschap die het vaakst bepaalt hoe snel een machinaal-leertaak draait.
Het is de moeite waard te zeggen waarom de bandbreedte en niet het rekenen de beperkende factor is geworden. Processors zijn in rekenkracht veel sneller gegroeid dan het geheugen in het aanleveren van gegevens, zodat een hedendaagse chip tientallen bewerkingen kan uitvoeren voor elk octet dat hij leest. Elke berekening die het geheugen vaker raakt, wordt door het geheugen begrensd, en de meeste werkelijke berekeningen doen dat.
De koppelnetten van supercomputers halen dit bereik gezamenlijk. Het net dat duizenden knopen bindt draagt teraoctet per seconde dwars door de hele machine, al doet geen afzonderlijke verbinding dat. Het ontwerpprobleem is de topologie zo te schikken dat elke knoop elke andere snel bereikt, en daarom worden deze netten als meerdimensionale mazen en bomen gebouwd in plaats van als eenvoudige sterren.
Om het getal tastbaar te maken: één teraoctet per seconde zou een grote consumentenschijf in twintig seconden vullen en de hele tekst van alle boeken in een nationale bibliotheek binnen een minuut overdragen. Niets in gewoon gebruik komt in de buurt, en geen externe kabel van welke aard ook draagt het.
De eenheid verschijnt ook in beschrijvingen van opslagopstellingen. Een groot parallel bestandssysteem, verspreid over duizenden schijven, kan gezamenlijk enkele teraoctet per seconde aan een supercomputer leveren, en dat getal wordt als kopspecificatie genoemd omdat het bepaalt hoe snel een simulatie kan worden weggeschreven en teruggelezen.
Eén teraoctet per seconde is gelijk aan 1000 gigaoctet per seconde, 8 terabit per seconde of ongeveer 0,9095 tebioctet per seconde.