| Gibioctetten per seconde (Gio/s) | Bits per seconde (bit/s) |
|---|---|
| 1 Gibioctet per seconde | 8589934592 bit/s |
| 2 Gibioctetten per seconde | 17179869184 bit/s |
| 3 Gibioctetten per seconde | 25769803776 bit/s |
| 4 Gibioctetten per seconde | 34359738368 bit/s |
| 5 Gibioctetten per seconde | 42949672960 bit/s |
| 10 Gibioctetten per seconde | 85899345920 bit/s |
| 20 Gibioctetten per seconde | 171798691840 bit/s |
| 25 Gibioctetten per seconde | 214748364800 bit/s |
| 50 Gibioctetten per seconde | 429496729600 bit/s |
| 100 Gibioctetten per seconde | 858993459200 bit/s |
| Referentie | Gibioctetten per seconde (Gio/s) | Bits per seconde (bit/s) |
|---|---|---|
| A dial-up modem | 0.00000651926 Gio/s | 56000 bit/s |
| Typical home broadband | 0.0116415 Gio/s | 100000000 bit/s |
| Gigabit Ethernet | 0.116415 Gio/s | 1 × 109 bit/s |
| Streaming a 4K film | 0.00291038 Gio/s | 25000000 bit/s |
Het gibioctet per seconde is een eenheid van gegevensoverdrachtssnelheid gelijk aan 1 073 741 824 octetten per seconde, dus 1024 mebioctet per seconde. Het symbool is Gio/s. Het is de eenheid van geheugenbandbreedte en van de snelste opslagaansluitingen, en de binaire tegenhanger van het gigaoctet per seconde, waarvan het 7,4 procent verschilt.
Bij het geheugen hoort de eenheid het natuurlijkst. Een geheugenkanaal draagt per klokslag een vast aantal octetten over, en dat aantal is een macht van twee, zodat de resulterende bandbreedte een binair veelvoud van de klokfrequentie is. Een machine met meerdere kanalen haalt tientallen gibioctet per seconde, en een versneller met gestapeld geheugen haalt duizenden.
De opslag heeft de achterstand ingelopen. Een snelle halfgeleiderschijf op de huidige aansluiting houdt enkele gibioctet per seconde vol, wat betekent dat schijf en geheugen voor het eerst binnen dezelfde grootteorde liggen. Die toenadering heeft veranderd hoe programmatuur wordt geschreven: de oude aanname dat van schijf lezen duizenden malen trager is dan uit geheugen lezen houdt geen stand meer.
De eenheid verschijnt in de uitvoer van prestatieproeven, in de vensters van stelselbewaking en in de specificaties van processorkoppelingen. Alle tellen binair omdat de gemeten structuren binair zijn, en de uitkomst met een decimaal voorvoegsel melden zou een fout van zeven procent invoeren enkel omwille van een vertrouwd ogend etiket.
Om te vatten wat het tempo betekent: één gibioctet per seconde kopieert een film van twee gigaoctet in minder dan twee seconden en vult een schijf van één teraoctet in ongeveer een kwartier. Alles wat op deze snelheid loopt is sneller dan elke externe verbinding in een gewoon gebouw, zodat de beperkende factor naar binnen in de machine verhuist.
Het onderscheid met de decimale eenheid telt vooral bij inkoop en capaciteitsplanning. Een specificatie die 10 gigaoctet per seconde eist en een stelsel dat 10 gibioctet per seconde levert zijn niet hetzelfde, en het verschil van 7,4 procent is het soort marge dat beslist of een ontwerp aan zijn eis voldoet.
Eén gibioctet per seconde is gelijk aan 1 073 741 824 octetten per seconde, 1024 mebioctet per seconde of ongeveer 1,074 gigaoctet per seconde.
De bit per seconde is de grondeenheid van de gegevensoverdrachtssnelheid. Het symbool is bit/s, vaak geschreven als bps. Zij telt hoeveel binaire beslissingen een kanaal in één seconde draagt, en elke andere eenheid van overdrachtssnelheid is een veelvoud daarvan.
Omdat zij een snelheid is, heeft zij de vorm van een hoeveelheid gedeeld door tijd, precies zoals meter per seconde of liter per seconde. Dat maakt de rekensom eenvoudig: een verbinding met een bepaald aantal bits per seconde, vermenigvuldigd met een duur in seconden, geeft het totale aantal overgedragen bits, en delen door acht zet dat om in octetten.
De eenheid moet worden onderscheiden van de baud, die symbolen per seconde telt en geen bits. Vroege modems zonden één bit per symbool, zodat beide getallen samenvielen en de woorden door elkaar werden gebruikt. Hedendaagse opzetten coderen meerdere bits in elk symbool — door fase en amplitude samen te veranderen — zodat een kanaal van 3000 baud 33 600 bits per seconde kan dragen. Alleen de bitsnelheid beschrijft hoeveel informatie zich verplaatst.
Claude Shannon stelde het theoretische plafond in 1948 vast. De capaciteit van een kanaal in bits per seconde hangt af van zijn bandbreedte en van de verhouding tussen signaal en ruis, en geen enkel coderingsopzet kan haar overschrijden. Elke vooruitgang in het ontwerp van modems en radio's sindsdien was een poging die grens dichter te naderen, en hedendaagse stelsels blijven er een fractie van een decibel vandaan.
In de praktijk is de ruwe bitsnelheid van een verbinding nooit het tempo waarin nuttige gegevens aankomen. Protocolkoppen, foutcorrigerende codes, ontvangstbevestigingen en hersendingen vreten capaciteit, en het bruikbare deel bedraagt doorgaans 90 tot 95 procent op een bedrade verbinding en aanzienlijk minder op een gedeelde draadloze.
Losse bits per seconde worden zelden genoemd, want vrijwel elk kanaal is sneller. De uitzonderingen zijn de verbinding in de diepe ruimte, waar een sonde miljarden kilometers ver gegevens kan terugsturen met enkele tientallen bits per seconde, en bepaalde stroomzuinige voelernetten die met lange tussenpozen een handvol bits zenden om de batterij te sparen.
Eén bit per seconde is gelijk aan 0,125 octet per seconde, 0,001 kilobit per seconde of ongeveer 0,0009766 kibibit per seconde.