| Bits per seconde (bit/s) | Mebibits per seconde (Mibit/s) |
|---|---|
| 1 Bit per seconde | 0.000000953674316406 Mibit/s |
| 2 Bits per seconde | 0.00000190734863281 Mibit/s |
| 3 Bits per seconde | 0.00000286102294922 Mibit/s |
| 4 Bits per seconde | 0.00000381469726562 Mibit/s |
| 5 Bits per seconde | 0.00000476837158203 Mibit/s |
| 10 Bits per seconde | 0.00000953674316406 Mibit/s |
| 20 Bits per seconde | 0.0000190734863281 Mibit/s |
| 25 Bits per seconde | 0.0000238418579102 Mibit/s |
| 50 Bits per seconde | 0.0000476837158203 Mibit/s |
| 100 Bits per seconde | 0.0000953674316406 Mibit/s |
| Referentie | Bits per seconde (bit/s) | Mebibits per seconde (Mibit/s) |
|---|---|---|
| A dial-up modem | 56000 bit/s | 0.0534058 Mibit/s |
| Typical home broadband | 100000000 bit/s | 95.3674 Mibit/s |
| Gigabit Ethernet | 1 × 109 bit/s | 953.674 Mibit/s |
| Streaming a 4K film | 25000000 bit/s | 23.8419 Mibit/s |
De bit per seconde is de grondeenheid van de gegevensoverdrachtssnelheid. Het symbool is bit/s, vaak geschreven als bps. Zij telt hoeveel binaire beslissingen een kanaal in één seconde draagt, en elke andere eenheid van overdrachtssnelheid is een veelvoud daarvan.
Omdat zij een snelheid is, heeft zij de vorm van een hoeveelheid gedeeld door tijd, precies zoals meter per seconde of liter per seconde. Dat maakt de rekensom eenvoudig: een verbinding met een bepaald aantal bits per seconde, vermenigvuldigd met een duur in seconden, geeft het totale aantal overgedragen bits, en delen door acht zet dat om in octetten.
De eenheid moet worden onderscheiden van de baud, die symbolen per seconde telt en geen bits. Vroege modems zonden één bit per symbool, zodat beide getallen samenvielen en de woorden door elkaar werden gebruikt. Hedendaagse opzetten coderen meerdere bits in elk symbool — door fase en amplitude samen te veranderen — zodat een kanaal van 3000 baud 33 600 bits per seconde kan dragen. Alleen de bitsnelheid beschrijft hoeveel informatie zich verplaatst.
Claude Shannon stelde het theoretische plafond in 1948 vast. De capaciteit van een kanaal in bits per seconde hangt af van zijn bandbreedte en van de verhouding tussen signaal en ruis, en geen enkel coderingsopzet kan haar overschrijden. Elke vooruitgang in het ontwerp van modems en radio's sindsdien was een poging die grens dichter te naderen, en hedendaagse stelsels blijven er een fractie van een decibel vandaan.
In de praktijk is de ruwe bitsnelheid van een verbinding nooit het tempo waarin nuttige gegevens aankomen. Protocolkoppen, foutcorrigerende codes, ontvangstbevestigingen en hersendingen vreten capaciteit, en het bruikbare deel bedraagt doorgaans 90 tot 95 procent op een bedrade verbinding en aanzienlijk minder op een gedeelde draadloze.
Losse bits per seconde worden zelden genoemd, want vrijwel elk kanaal is sneller. De uitzonderingen zijn de verbinding in de diepe ruimte, waar een sonde miljarden kilometers ver gegevens kan terugsturen met enkele tientallen bits per seconde, en bepaalde stroomzuinige voelernetten die met lange tussenpozen een handvol bits zenden om de batterij te sparen.
Eén bit per seconde is gelijk aan 0,125 octet per seconde, 0,001 kilobit per seconde of ongeveer 0,0009766 kibibit per seconde.
De mebibit per seconde is een eenheid van gegevensoverdrachtssnelheid gelijk aan 1 048 576 bits per seconde. Het symbool is Mibit/s. Zij is de binaire tegenhanger van de megabit per seconde, en beide verschillen 4,9 procent — weinig, maar genoeg om een kopgetal te veranderen.
Bij die vijf procent begint de eenheid ertoe te doen. Een verbinding aangeprezen op 100 megabit per seconde en een op 100 mebibit per seconde verschillen ongeveer vijf megabit, wat een hele hogeresolutievideostroom is. In een specificatie, een contract of een testverslag is het een werkelijke afwijking en geen afronding om het ene te noemen en het andere te leveren.
In de praktijk is de verwarring zeldzaam in de netwerktechniek, want netapparatuur wordt altijd decimaal opgegeven. Wat mebibitgetallen voortbrengt is meetprogrammatuur: een gereedschap dat een overdracht in mebioctet telt en door verstreken seconden deelt, meldt een binair tempo, en vermenigvuldigen met acht maakt er mebibit per seconde van. Wie die aflezing met een aangeprezen tempo vergelijkt, moet tweemaal omrekenen: eens voor het grondtal en eens voor de factor acht.
Waar een echt binair tempo wél ontstaat, is binnen een machine. Een geheugenbus draagt per klokslag een vast aantal bits over, en de breedte is een macht van twee — vierenzestig bits per keer bijvoorbeeld — zodat de per slag verplaatste hoeveelheid binair is ook al is de klokfrequentie dat niet. Tempo's die uit zo'n bouw voortkomen worden vanzelf met binaire voorvoegsels uitgedrukt.
Ter schaal: één mebibit per seconde is 131 072 octetten per seconde, dus ongeveer 128 kibioctet per seconde. Dat is ruwweg één foto per twee seconden, of een roman als platte tekst per vier. Het is een tempo waarbij het hedendaagse web traag maar bruikbaar is, wat het in het bereik plaatst waarnaar mobiele netten zakken wanneer zij verstopt zijn.
Het juiste symbool draagt de kleine i, en haar aanwezigheid is de enige betrouwbare manier om de twee gebruiken te scheiden. Een document dat Mbit/s schrijft in een verband waar het onderliggende getal uit een binaire berekening kwam, heeft zijn eigen meting met vijf procent verkeerd opgegeven.
Eén mebibit per seconde is gelijk aan 1 048 576 bits per seconde, 131 072 octetten per seconde of ongeveer 1,049 megabit per seconde.