| Gibioctetten per seconde (Gio/s) | Tebioctetten per seconde (Tio/s) |
|---|---|
| 1 Gibioctet per seconde | 0.0009765625 Tio/s |
| 2 Gibioctetten per seconde | 0.001953125 Tio/s |
| 3 Gibioctetten per seconde | 0.0029296875 Tio/s |
| 4 Gibioctetten per seconde | 0.00390625 Tio/s |
| 5 Gibioctetten per seconde | 0.0048828125 Tio/s |
| 10 Gibioctetten per seconde | 0.009765625 Tio/s |
| 20 Gibioctetten per seconde | 0.01953125 Tio/s |
| 25 Gibioctetten per seconde | 0.0244140625 Tio/s |
| 50 Gibioctetten per seconde | 0.048828125 Tio/s |
| 100 Gibioctetten per seconde | 0.09765625 Tio/s |
| Referentie | Gibioctetten per seconde (Gio/s) | Tebioctetten per seconde (Tio/s) |
|---|---|---|
| A dial-up modem | 0.00000651926 Gio/s | 0.00000000636646 Tio/s |
| Typical home broadband | 0.0116415 Gio/s | 0.0000113687 Tio/s |
| Gigabit Ethernet | 0.116415 Gio/s | 0.000113687 Tio/s |
| Streaming a 4K film | 0.00291038 Gio/s | 0.00000284217 Tio/s |
Het gibioctet per seconde is een eenheid van gegevensoverdrachtssnelheid gelijk aan 1 073 741 824 octetten per seconde, dus 1024 mebioctet per seconde. Het symbool is Gio/s. Het is de eenheid van geheugenbandbreedte en van de snelste opslagaansluitingen, en de binaire tegenhanger van het gigaoctet per seconde, waarvan het 7,4 procent verschilt.
Bij het geheugen hoort de eenheid het natuurlijkst. Een geheugenkanaal draagt per klokslag een vast aantal octetten over, en dat aantal is een macht van twee, zodat de resulterende bandbreedte een binair veelvoud van de klokfrequentie is. Een machine met meerdere kanalen haalt tientallen gibioctet per seconde, en een versneller met gestapeld geheugen haalt duizenden.
De opslag heeft de achterstand ingelopen. Een snelle halfgeleiderschijf op de huidige aansluiting houdt enkele gibioctet per seconde vol, wat betekent dat schijf en geheugen voor het eerst binnen dezelfde grootteorde liggen. Die toenadering heeft veranderd hoe programmatuur wordt geschreven: de oude aanname dat van schijf lezen duizenden malen trager is dan uit geheugen lezen houdt geen stand meer.
De eenheid verschijnt in de uitvoer van prestatieproeven, in de vensters van stelselbewaking en in de specificaties van processorkoppelingen. Alle tellen binair omdat de gemeten structuren binair zijn, en de uitkomst met een decimaal voorvoegsel melden zou een fout van zeven procent invoeren enkel omwille van een vertrouwd ogend etiket.
Om te vatten wat het tempo betekent: één gibioctet per seconde kopieert een film van twee gigaoctet in minder dan twee seconden en vult een schijf van één teraoctet in ongeveer een kwartier. Alles wat op deze snelheid loopt is sneller dan elke externe verbinding in een gewoon gebouw, zodat de beperkende factor naar binnen in de machine verhuist.
Het onderscheid met de decimale eenheid telt vooral bij inkoop en capaciteitsplanning. Een specificatie die 10 gigaoctet per seconde eist en een stelsel dat 10 gibioctet per seconde levert zijn niet hetzelfde, en het verschil van 7,4 procent is het soort marge dat beslist of een ontwerp aan zijn eis voldoet.
Eén gibioctet per seconde is gelijk aan 1 073 741 824 octetten per seconde, 1024 mebioctet per seconde of ongeveer 1,074 gigaoctet per seconde.
Het tebioctet per seconde is een eenheid van gegevensoverdrachtssnelheid gelijk aan 1024 gibioctet per seconde, dus twee tot de veertigste octetten per seconde. Het symbool is Tio/s. Het is de binaire tegenhanger van het teraoctet per seconde, en beide verschillen 10 procent.
Niets buiten een grote machine verplaatst gegevens zo snel. Het tempo beschrijft de geheugenbandbreedte van een versneller met gestapeld geheugen, het inwendige weefsel van een hoogwaardige processorbehuizing, of de opgetelde doorvoer van een parallel bestandssysteem verspreid over duizenden schijven. Dat alles is uit binaire structuren gebouwd, en hun totalen zijn binaire hoeveelheden gedeeld door tijd.
In het hogeprestatierekenen wordt de eenheid het vaakst geschreven. Het opslagstelsel van een supercomputer wordt opgegeven naar het aantal tebioctet per seconde dat het aan de rekenknopen kan leveren, want dat getal bepaalt hoe snel een simulatie haar toestand kan opslaan en hervatten. Een machine die snel rekent maar traag schrijft brengt haar tijd wachtend door.
Het verschil van tien procent met de decimale eenheid is in dat verband betekenisvol. Een bestandssysteem ingekocht om 10 teraoctet per seconde te leveren en een dat 10 tebioctet per seconde levert verschillen een heel teraoctet per seconde, wat in een installatie van die omvang een aanzienlijk deel van het apparatuurbudget uitmaakt.
In bits is één tebioctet per seconde 8 tebibit per seconde, en in decimale termen ongeveer 1,1 teraoctet per seconde. Hetzelfde tempo op vier verschillende manieren uitdrukken is op dit niveau dagelijkse kost, want de opslagbranche, de geheugenbranche, de netbranche en de normalisatie-instellingen geven elk aan een andere de voorkeur.
Ter alledaagse vergelijking zou één tebioctet per seconde een grote consumentenschijf in ongeveer twintig seconden vullen. Geen externe aansluiting draagt dit; het getal beschrijft beweging tussen onderdelen binnen één stelsel, waar de draden kort zijn en er zeer vele van parallel werken.
Grafische processoren hebben dit tempo binnen het bereik van één onderdeel gebracht. Een stapel geheugen met hoge bandbreedte, rechtstreeks aan de processorchip gehecht, levert ruim meer dan één tebioctet per seconde aan de processor die hem gebruikt, en een kaart met meerdere van zulke stapels haalt er enkele. Het is die bandbreedte, en niet de kale rekensnelheid, die het trainen van grote modellen begrenst: de rekeneenheden staan stil als het geheugen ze niet gevoed kan houden. Dezelfde redenering verklaart waarom ontwerpers van supercomputers evenveel moeite steken in de wegen tussen geheugen en processor als in de processoren zelf, en waarom het tempo in binaire eenheden wordt vermeld wanneer het beschreven geheugen in machten van twee wordt geadresseerd.
Eén tebioctet per seconde is gelijk aan 1024 gibioctet per seconde, 1 099 511 627 776 octetten per seconde of ongeveer 1,100 teraoctet per seconde.