| Pebioctetten per seconde (Pio/s) | Kibibits per seconde (Kibit/s) |
|---|---|
| 1 Pebioctet per seconde | 8796093022208 Kibit/s |
| 2 Pebioctetten per seconde | 17592186044416 Kibit/s |
| 3 Pebioctetten per seconde | 26388279066624 Kibit/s |
| 4 Pebioctetten per seconde | 35184372088832 Kibit/s |
| 5 Pebioctetten per seconde | 43980465111040 Kibit/s |
| 10 Pebioctetten per seconde | 87960930222080 Kibit/s |
| 20 Pebioctetten per seconde | 175921860444160 Kibit/s |
| 25 Pebioctetten per seconde | 219902325555200 Kibit/s |
| 50 Pebioctetten per seconde | 439804651110400 Kibit/s |
| 100 Pebioctetten per seconde | 879609302220800 Kibit/s |
| Referentie | Pebioctetten per seconde (Pio/s) | Kibibits per seconde (Kibit/s) |
|---|---|---|
| A dial-up modem | 6.21725 × 10-12 Pio/s | 54.6875 Kibit/s |
| Typical home broadband | 0.0000000111022 Pio/s | 97656.2 Kibit/s |
| Gigabit Ethernet | 0.000000111022 Pio/s | 976562 Kibit/s |
| Streaming a 4K film | 0.00000000277556 Pio/s | 24414.1 Kibit/s |
Het pebioctet per seconde is een eenheid van gegevensoverdrachtssnelheid gelijk aan 1024 tebioctet per seconde, dus twee tot de vijftigste octetten per seconde. Het symbool is Pio/s. Het is de binaire tegenhanger van het petaoctet per seconde, en beide verschillen 12,6 procent.
Dit tempo bestaat alleen als optelsom. De opgetelde geheugenbandbreedte van een hele supercomputer, of de opgetelde capaciteit van het netweefsel dat haar kasten bindt, haalt dit bereik, en beide zijn sommen over tienduizenden onderdelen, waarvan elk op zichzelf enkele honderden gibioctet per seconde verplaatst.
Of zo'n totaal iets betekent hangt af van de berekening die draait. Een probleem dat zo wordt verdeeld dat elke knoop vooral op eigen gegevens werkt kan de hele som benutten. Een probleem waarbij elke knoop voortdurend elke andere moet raadplegen kan dat niet, en de werkzame bandbreedte van de machine zakt tot wat het traagste gedeelde pad toelaat. Een groot deel van de kunst van parallel programmeren bestaat erin problemen in de eerste groep te krijgen.
In octetten is één pebioctet per seconde 1 125 899 906 842 624, en in decimale termen ongeveer 1,126 petaoctet per seconde. Het verschil van 12,6 procent is het opgestapelde gevolg van vijf vermenigvuldigingen met 1,024, en het is nu zo groot dat geen verslag het gebruik onuitgesproken kan laten zonder werkelijke onzekerheid in te voeren.
De eenheid verschijnt ook in beschrijvingen van parallelle bestandssystemen bij de grootste installaties, waar een opslagstelsel verspreid over tienduizenden schijven enkele pebioctet per seconde aan een rekencluster levert. Dat getal bepaalt hoe snel de machine een herstelpunt van haar toestand kan wegschrijven, wat op zijn beurt bepaalt hoeveel werk verloren gaat wanneer een onderdeel uitvalt — en in een machine van die omvang valt er altijd iets uit.
Voor een omrekener luidt de eis eenvoudig dat de rekensom exact is en het etiket behouden blijft. Vijfmaal met 1024 vermenigvuldigen is niet moeilijk; stilzwijgend het decimale voorvoegsel invullen is de fout die vermeden moet worden.
Eén pebioctet per seconde is gelijk aan 1024 tebioctet per seconde, 1 125 899 906 842 624 octetten per seconde of ongeveer 1,126 petaoctet per seconde.
De kibibit per seconde is een eenheid van gegevensoverdrachtssnelheid gelijk aan 1024 bits per seconde. Het symbool is Kibit/s. Zij is de binaire tegenhanger van de kilobit per seconde en het minst gebruikte lid van een toch al ongewone familie, want overdrachtssnelheden zijn een van de weinige plaatsen in het computergebruik waar het decimale gebruik altijd ondubbelzinnig is geweest.
De netwerktechniek heeft van meet af aan in echte duizendtallen geteld. Een modem gewaardeerd op 56 kilobit per seconde betekende zesenvijftigduizend, niet zevenenvijftigduizend driehonderdvierenveertig. De reden is dat een overdrachtstempo door een klok wordt bepaald, en klokken worden in decimale frequenties opgegeven: een verbinding met tien miljoen symbolen per seconde draagt een decimaal aantal bits, geen macht van twee.
De binaire voorvoegsels bestaan voor hoeveelheden en niet voor tempo's, want opslaghoeveelheden zijn in machten van twee geordend terwijl de tijd dat niet is. Er is geen natuurlijke reden waarom een tempo een macht van twee zou zijn, en dus geen waarom een tempo-eenheid een binair voorvoegsel zou behoeven. Waar er een opduikt, komt dat vrijwel altijd doordat een programma een binaire bestandsgrootte door een duur heeft gedeeld.
Juist daar duikt de kibibit per seconde op. Een gereedschap dat een overdracht meet door kibioctetten te tellen en door seconden te delen, levert een tempo in kibioctet per seconde, en vermenigvuldigen met acht geeft kibibit per seconde. De eenheid is een gevolg van de rekensom en geen beschrijving van het kanaal.
Ter schaal: één kibibit per seconde is 128 octetten per seconde, en het verschil met één kilobit per seconde is 2,4 procent — kleiner dan de meetfout van vrijwel elke werkelijke doorvoerproef. Op dit niveau is het onderscheid technisch juist en praktisch onzichtbaar, wat het hele binaire voorvoegselstelsel aan zijn onderste eind aardig beschrijft.
De eenheid is correct bepaald en een omrekener moet haar aankunnen, want de IEC-reeks geldt zonder uitzondering voor elke eenheid. Of iemand haar schrijft is een andere vraag dan of zij iets bepaalds betekent, en dat doet zij.
Eén kibibit per seconde is gelijk aan 1024 bits per seconde, 128 octetten per seconde of 1,024 kilobit per seconde.