| Exbibits per seconde (Eibit/s) | Megaoctetten per seconde (Mo/s) |
|---|---|
| 1 Exbibit per seconde | 144115188076 Mo/s |
| 2 Exbibits per seconde | 288230376152 Mo/s |
| 3 Exbibits per seconde | 432345564228 Mo/s |
| 4 Exbibits per seconde | 576460752303 Mo/s |
| 5 Exbibits per seconde | 720575940379 Mo/s |
| 10 Exbibits per seconde | 1441151880759 Mo/s |
| 20 Exbibits per seconde | 2882303761517 Mo/s |
| 25 Exbibits per seconde | 3602879701896 Mo/s |
| 50 Exbibits per seconde | 7205759403793 Mo/s |
| 100 Exbibits per seconde | 14411518807586 Mo/s |
| Referentie | Exbibits per seconde (Eibit/s) | Megaoctetten per seconde (Mo/s) |
|---|---|---|
| A dial-up modem | 4.85723 × 10-14 Eibit/s | 0.007 Mo/s |
| Typical home broadband | 8.67362 × 10-11 Eibit/s | 12.5 Mo/s |
| Gigabit Ethernet | 8.67362 × 10-10 Eibit/s | 125 Mo/s |
| Streaming a 4K film | 2.1684 × 10-11 Eibit/s | 3.125 Mo/s |
De exbibit per seconde is een eenheid van gegevensoverdrachtssnelheid gelijk aan twee tot de zestigste bits per seconde, dus 1024 pebibit per seconde. Het symbool is Eibit/s. Zij is de binaire tegenhanger van de exabit per seconde, en beide verschillen 15,3 procent.
Die vijftien procent overtreft de marge die het meeste technische werk waar dan ook toestaat. Een grootheid die op dit niveau in het verkeerde gebruik wordt genoemd is niet enigszins onnauwkeurig maar ronduit fout, en geen enkel verband herstelt het bedoelde getal zodra het dubbelzinnig is geschreven. Dit is de toestand die de IEC-voorvoegsels moesten voorkomen.
Geen fysieke verbinding komt in de buurt van dit tempo. De eenheid beschrijft optelsommen: het ogenblikkelijke totale verkeer van het hele internet ligt rond één exabit per seconde, zodat één binaire exbibit per seconde vijftien procent meer is dan alles wat op een gegeven ogenblik op alle netten van de planeet beweegt.
Waar een binair getal van deze omvang vanzelf opkomt, is in adresrekenkunde en niet in overdracht. Twee tot de zestigste is een getal dat het hele ontwerp van 64-bitsstelsels doortrekt, en elk tempo dat voortkomt uit het vullen of doorlopen van zo'n adresruimte in een vaste tijd is vanzelf binair. Die berekeningen zijn theoretisch, maar zij zijn de reden dat de eenheid bepaald is in plaats van naamloos gelaten.
In octetten is één exbibit per seconde 144 115 188 075 855 872, ofwel 128 pebioctet per seconde. Dat is meer opslag per seconde verplaatst dan de wereld in verscheidene jaren maakt, wat een manier is om te zeggen dat er voor zo'n stroom bron noch bestemming zou kunnen bestaan.
Voor een omrekener is de behandeling mechanisch en moet zij exact zijn. Eibit/s en Ebit/s verschillen een achtste, en een gereedschap dat ze als uitwisselbaar behandelt heeft een fout ingevoerd die groter is dan het verschil tussen vele naburige eenheden. De kleine i is geen versiering.
Eén exbibit per seconde is gelijk aan 1024 pebibit per seconde, 144 115 188 075 855 872 octetten per seconde of ongeveer 1,153 exabit per seconde.
Het megaoctet per seconde is een eenheid van gegevensoverdrachtssnelheid gelijk aan een miljoen octetten per seconde, ofwel acht megabit per seconde. Het symbool is Mo/s. Het is de eenheid waarin opslagapparaten en hun aansluitingen worden gewaardeerd, en die een bestandsbeheerder toont terwijl een kopie loopt.
De opslagsnelheden vallen vanzelf in dit bereik. Een mechanische harde schijf houdt bij opeenvolgend lezen 100 tot 250 megaoctet per seconde vol. Een halfgeleiderschijf op de oudere aansluiting haalt ongeveer 550, wat de grens van die aansluiting is en niet van de schijf. Een hedendaagse schijf op de snellere aansluiting haalt enkele duizenden, en daar maakt de eenheid plaats voor gigaoctet per seconde.
De aansluitsnelheden vertellen hetzelfde verhaal van de andere kant. De opeenvolgende uitvoeringen van de universele seriële bus boden bij hun nominale tempo's ongeveer 1,5, 60, 625 en 2500 megaoctet per seconde, en de normen voor geheugenkaarten volgden een soortgelijk pad. Een apparaat wordt altijd begrensd door de traagste van de twee, en die op elkaar afstemmen is de praktische kunst van een snel stelsel bouwen.
Voor alledaagse groottes draagt één megaoctet per seconde een foto in een paar seconden over en een film van twee gigaoctet in ongeveer een half uur. Bij 500 megaoctet per seconde duurt dezelfde film vier seconden. Dat contrast verklaart waarom de gevoelde snelheid van een computer zo volkomen veranderde toen halfgeleideropslag de mechanische schijven verving, ook al verbeterden de processors in dezelfde tijd veel minder.
Opeenvolgende tempo's als deze zijn het beste geval. Veel kleine bestanden lezen in plaats van één groot kost veel meer, want elk bestand vergt dat zijn gegevens worden opgezocht en zijn record wordt gelezen. Een schijf die opeenvolgend 500 megaoctet per seconde volhoudt, haalt bij het kopiëren van een map met duizenden kleine bestanden misschien maar enkele tientallen, en juist daar is het verschil tussen schijftechnieken het zichtbaarst.
De eenheid beschrijft ook de doorvoer van een belaste netverbinding: een gigabitverbinding levert hooguit 125 megaoctet per seconde, zodat een snel lokaal net en een snelle schijf nu vergelijkbaar zijn, en geen van beide duidelijk de beperkende factor in een overdracht is.
Eén megaoctet per seconde is gelijk aan 1 000 000 octetten per seconde, 8 megabit per seconde of ongeveer 0,9537 mebioctet per seconde.