| Zebioctetten per seconde (Zio/s) | Bits per seconde (bit/s) |
|---|---|
| 1 Zebioctet per seconde | 9.44473296574 × 1021 bit/s |
| 2 Zebioctetten per seconde | 1.88894659315 × 1022 bit/s |
| 3 Zebioctetten per seconde | 2.83341988972 × 1022 bit/s |
| 4 Zebioctetten per seconde | 3.7778931863 × 1022 bit/s |
| 5 Zebioctetten per seconde | 4.72236648287 × 1022 bit/s |
| 10 Zebioctetten per seconde | 9.44473296574 × 1022 bit/s |
| 20 Zebioctetten per seconde | 1.88894659315 × 1023 bit/s |
| 25 Zebioctetten per seconde | 2.36118324143 × 1023 bit/s |
| 50 Zebioctetten per seconde | 4.72236648287 × 1023 bit/s |
| 100 Zebioctetten per seconde | 9.44473296574 × 1023 bit/s |
| Referentie | Zebioctetten per seconde (Zio/s) | Bits per seconde (bit/s) |
|---|---|---|
| A dial-up modem | 5.92923 × 10-18 Zio/s | 56000 bit/s |
| Typical home broadband | 1.05879 × 10-14 Zio/s | 100000000 bit/s |
| Gigabit Ethernet | 1.05879 × 10-13 Zio/s | 1 × 109 bit/s |
| Streaming a 4K film | 2.64698 × 10-15 Zio/s | 25000000 bit/s |
Het zebioctet per seconde is een eenheid van gegevensoverdrachtssnelheid gelijk aan 1024 exbioctet per seconde, dus twee tot de zeventigste octetten per seconde. Het symbool is Zio/s. Het is de binaire tegenhanger van het zettaoctet per seconde, en beide verschillen 18,1 procent.
Een verbinding in dit tempo zou in één enkele seconde alles wat de mensheid ooit heeft bewaard verscheidene malen overdragen. Dat is de eenvoudigste manier om te beschrijven hoe ver zij ligt voorbij alles wat bestaat, gepland is of ernstig is voorgesteld. De eenheid is een naam voor een grootheid, niet de beschrijving van een ding.
Het loont nauwkeurig te zijn over waarom zulke namen toch worden bepaald. Een meetstelsel is een verzameling regels, en de waarde van een regel ligt erin dat zij zonder uitzondering geldt. Zodra een stelsel verklaart dat bepaalde samenstellingen van voorvoegsel en eenheid geoorloofd zijn en andere niet, moet elke gebruiker een tabel meedragen in plaats van een regel, en verschillende gebruikers zullen verschillende tabellen dragen. Volledige bepaling is goedkoper en veiliger.
De stoffelijke hindernissen zijn niet alleen groot maar van andere aard. Bij één zebioctet per seconde wordt de energie die nodig is om het vereiste aantal toestanden om te schakelen, zelfs bij het thermodynamische minimum, een aanzienlijk vermogen; het praktische getal voor werkelijke elektronica ligt vele grootteorden hoger; en het aantal vereiste parallelle kanalen overtreft alles wat gebouwd en gekoeld zou kunnen worden. Dit zijn geen technische doelen.
Het gat van 18,1 procent met de decimale eenheid zet het patroon voort dat door de hele binaire reeks loopt. Elke trede vermenigvuldigt de afwijking met 1,024, zodat een gebruik dat bij het kibioctet onschadelijk was op dit punt een verschil is geworden dat geen lezer over het hoofd zou kunnen zien. Dat zichtbaar maken is de taak die de IEC-voorvoegsels vervullen.
In de praktijk komt een omrekener deze eenheid alleen tegen in een volledige tabel of in een document dat theoretische grenzen verkent. Haar correct behandelen kost niets en toont dat het gereedschap zijn regels gelijkmatig toepast, wat de eigenschap is die zijn gewone antwoorden betrouwbaar maakt.
Eén zebioctet per seconde is gelijk aan 1024 exbioctet per seconde, 1 180 591 620 717 411 303 424 octetten per seconde of ongeveer 1,181 zettaoctet per seconde.
De bit per seconde is de grondeenheid van de gegevensoverdrachtssnelheid. Het symbool is bit/s, vaak geschreven als bps. Zij telt hoeveel binaire beslissingen een kanaal in één seconde draagt, en elke andere eenheid van overdrachtssnelheid is een veelvoud daarvan.
Omdat zij een snelheid is, heeft zij de vorm van een hoeveelheid gedeeld door tijd, precies zoals meter per seconde of liter per seconde. Dat maakt de rekensom eenvoudig: een verbinding met een bepaald aantal bits per seconde, vermenigvuldigd met een duur in seconden, geeft het totale aantal overgedragen bits, en delen door acht zet dat om in octetten.
De eenheid moet worden onderscheiden van de baud, die symbolen per seconde telt en geen bits. Vroege modems zonden één bit per symbool, zodat beide getallen samenvielen en de woorden door elkaar werden gebruikt. Hedendaagse opzetten coderen meerdere bits in elk symbool — door fase en amplitude samen te veranderen — zodat een kanaal van 3000 baud 33 600 bits per seconde kan dragen. Alleen de bitsnelheid beschrijft hoeveel informatie zich verplaatst.
Claude Shannon stelde het theoretische plafond in 1948 vast. De capaciteit van een kanaal in bits per seconde hangt af van zijn bandbreedte en van de verhouding tussen signaal en ruis, en geen enkel coderingsopzet kan haar overschrijden. Elke vooruitgang in het ontwerp van modems en radio's sindsdien was een poging die grens dichter te naderen, en hedendaagse stelsels blijven er een fractie van een decibel vandaan.
In de praktijk is de ruwe bitsnelheid van een verbinding nooit het tempo waarin nuttige gegevens aankomen. Protocolkoppen, foutcorrigerende codes, ontvangstbevestigingen en hersendingen vreten capaciteit, en het bruikbare deel bedraagt doorgaans 90 tot 95 procent op een bedrade verbinding en aanzienlijk minder op een gedeelde draadloze.
Losse bits per seconde worden zelden genoemd, want vrijwel elk kanaal is sneller. De uitzonderingen zijn de verbinding in de diepe ruimte, waar een sonde miljarden kilometers ver gegevens kan terugsturen met enkele tientallen bits per seconde, en bepaalde stroomzuinige voelernetten die met lange tussenpozen een handvol bits zenden om de batterij te sparen.
Eén bit per seconde is gelijk aan 0,125 octet per seconde, 0,001 kilobit per seconde of ongeveer 0,0009766 kibibit per seconde.