| Pebioctetten per seconde (Pio/s) | Tebioctetten per seconde (Tio/s) |
|---|---|
| 1 Pebioctet per seconde | 1024 Tio/s |
| 2 Pebioctetten per seconde | 2048 Tio/s |
| 3 Pebioctetten per seconde | 3072 Tio/s |
| 4 Pebioctetten per seconde | 4096 Tio/s |
| 5 Pebioctetten per seconde | 5120 Tio/s |
| 10 Pebioctetten per seconde | 10240 Tio/s |
| 20 Pebioctetten per seconde | 20480 Tio/s |
| 25 Pebioctetten per seconde | 25600 Tio/s |
| 50 Pebioctetten per seconde | 51200 Tio/s |
| 100 Pebioctetten per seconde | 102400 Tio/s |
| Referentie | Pebioctetten per seconde (Pio/s) | Tebioctetten per seconde (Tio/s) |
|---|---|---|
| A dial-up modem | 6.21725 × 10-12 Pio/s | 0.00000000636646 Tio/s |
| Typical home broadband | 0.0000000111022 Pio/s | 0.0000113687 Tio/s |
| Gigabit Ethernet | 0.000000111022 Pio/s | 0.000113687 Tio/s |
| Streaming a 4K film | 0.00000000277556 Pio/s | 0.00000284217 Tio/s |
Het pebioctet per seconde is een eenheid van gegevensoverdrachtssnelheid gelijk aan 1024 tebioctet per seconde, dus twee tot de vijftigste octetten per seconde. Het symbool is Pio/s. Het is de binaire tegenhanger van het petaoctet per seconde, en beide verschillen 12,6 procent.
Dit tempo bestaat alleen als optelsom. De opgetelde geheugenbandbreedte van een hele supercomputer, of de opgetelde capaciteit van het netweefsel dat haar kasten bindt, haalt dit bereik, en beide zijn sommen over tienduizenden onderdelen, waarvan elk op zichzelf enkele honderden gibioctet per seconde verplaatst.
Of zo'n totaal iets betekent hangt af van de berekening die draait. Een probleem dat zo wordt verdeeld dat elke knoop vooral op eigen gegevens werkt kan de hele som benutten. Een probleem waarbij elke knoop voortdurend elke andere moet raadplegen kan dat niet, en de werkzame bandbreedte van de machine zakt tot wat het traagste gedeelde pad toelaat. Een groot deel van de kunst van parallel programmeren bestaat erin problemen in de eerste groep te krijgen.
In octetten is één pebioctet per seconde 1 125 899 906 842 624, en in decimale termen ongeveer 1,126 petaoctet per seconde. Het verschil van 12,6 procent is het opgestapelde gevolg van vijf vermenigvuldigingen met 1,024, en het is nu zo groot dat geen verslag het gebruik onuitgesproken kan laten zonder werkelijke onzekerheid in te voeren.
De eenheid verschijnt ook in beschrijvingen van parallelle bestandssystemen bij de grootste installaties, waar een opslagstelsel verspreid over tienduizenden schijven enkele pebioctet per seconde aan een rekencluster levert. Dat getal bepaalt hoe snel de machine een herstelpunt van haar toestand kan wegschrijven, wat op zijn beurt bepaalt hoeveel werk verloren gaat wanneer een onderdeel uitvalt — en in een machine van die omvang valt er altijd iets uit.
Voor een omrekener luidt de eis eenvoudig dat de rekensom exact is en het etiket behouden blijft. Vijfmaal met 1024 vermenigvuldigen is niet moeilijk; stilzwijgend het decimale voorvoegsel invullen is de fout die vermeden moet worden.
Eén pebioctet per seconde is gelijk aan 1024 tebioctet per seconde, 1 125 899 906 842 624 octetten per seconde of ongeveer 1,126 petaoctet per seconde.
Het tebioctet per seconde is een eenheid van gegevensoverdrachtssnelheid gelijk aan 1024 gibioctet per seconde, dus twee tot de veertigste octetten per seconde. Het symbool is Tio/s. Het is de binaire tegenhanger van het teraoctet per seconde, en beide verschillen 10 procent.
Niets buiten een grote machine verplaatst gegevens zo snel. Het tempo beschrijft de geheugenbandbreedte van een versneller met gestapeld geheugen, het inwendige weefsel van een hoogwaardige processorbehuizing, of de opgetelde doorvoer van een parallel bestandssysteem verspreid over duizenden schijven. Dat alles is uit binaire structuren gebouwd, en hun totalen zijn binaire hoeveelheden gedeeld door tijd.
In het hogeprestatierekenen wordt de eenheid het vaakst geschreven. Het opslagstelsel van een supercomputer wordt opgegeven naar het aantal tebioctet per seconde dat het aan de rekenknopen kan leveren, want dat getal bepaalt hoe snel een simulatie haar toestand kan opslaan en hervatten. Een machine die snel rekent maar traag schrijft brengt haar tijd wachtend door.
Het verschil van tien procent met de decimale eenheid is in dat verband betekenisvol. Een bestandssysteem ingekocht om 10 teraoctet per seconde te leveren en een dat 10 tebioctet per seconde levert verschillen een heel teraoctet per seconde, wat in een installatie van die omvang een aanzienlijk deel van het apparatuurbudget uitmaakt.
In bits is één tebioctet per seconde 8 tebibit per seconde, en in decimale termen ongeveer 1,1 teraoctet per seconde. Hetzelfde tempo op vier verschillende manieren uitdrukken is op dit niveau dagelijkse kost, want de opslagbranche, de geheugenbranche, de netbranche en de normalisatie-instellingen geven elk aan een andere de voorkeur.
Ter alledaagse vergelijking zou één tebioctet per seconde een grote consumentenschijf in ongeveer twintig seconden vullen. Geen externe aansluiting draagt dit; het getal beschrijft beweging tussen onderdelen binnen één stelsel, waar de draden kort zijn en er zeer vele van parallel werken.
Grafische processoren hebben dit tempo binnen het bereik van één onderdeel gebracht. Een stapel geheugen met hoge bandbreedte, rechtstreeks aan de processorchip gehecht, levert ruim meer dan één tebioctet per seconde aan de processor die hem gebruikt, en een kaart met meerdere van zulke stapels haalt er enkele. Het is die bandbreedte, en niet de kale rekensnelheid, die het trainen van grote modellen begrenst: de rekeneenheden staan stil als het geheugen ze niet gevoed kan houden. Dezelfde redenering verklaart waarom ontwerpers van supercomputers evenveel moeite steken in de wegen tussen geheugen en processor als in de processoren zelf, en waarom het tempo in binaire eenheden wordt vermeld wanneer het beschreven geheugen in machten van twee wordt geadresseerd.
Eén tebioctet per seconde is gelijk aan 1024 gibioctet per seconde, 1 099 511 627 776 octetten per seconde of ongeveer 1,100 teraoctet per seconde.