| Micropascal (µPa) | Pond per vierkante inch (psi) |
|---|---|
| 1 Micropascal | 1.4503773773 × 10-10 psi |
| 2 Micropascal | 2.9007547546 × 10-10 psi |
| 3 Micropascal | 4.35113213191 × 10-10 psi |
| 4 Micropascal | 5.80150950921 × 10-10 psi |
| 5 Micropascal | 7.25188688651 × 10-10 psi |
| 10 Micropascal | 0.0000000014503773773 psi |
| 20 Micropascal | 0.0000000029007547546 psi |
| 25 Micropascal | 0.00000000362594344326 psi |
| 50 Micropascal | 0.00000000725188688651 psi |
| 100 Micropascal | 0.000000014503773773 psi |
| Referentie | Micropascal (µPa) | Pond per vierkante inch (psi) |
|---|---|---|
| Atmospheric pressure at sea level | 1.01325 × 1011 µPa | 14.6959 psi |
| Healthy blood pressure (120 mmHg) | 1.6 × 1010 µPa | 2.3206 psi |
| A car tyre | 2.2 × 1011 µPa | 31.9083 psi |
| A racing bicycle tyre | 6 × 1011 µPa | 87.0226 psi |
De micropascal is een drukeenheid gelijk aan een miljoenste pascal. Het symbool is µPa. Zij is een van de kleinste drukeenheden in praktisch gebruik, en zij dankt haar plaats aan één getal: 20 micropascal, de referentiedruk waartegen elk geluidsniveau in lucht wordt gemeten.
Dat getal is de gehoordrempel — ruwweg het zwakste geluid dat een gezond jong oor waarneemt bij een frequentie van ongeveer 1000 hertz. Toen de akoestici de decibelschaal voor luchtgeluid vastlegden, hadden zij een vaste vergelijkingsdruk nodig, en zij kozen die drempel. Nul decibel betekent een geluiddruk van 20 micropascal; elk decibelgetal dat voor een weg, een machine of een concert wordt genoemd, is een verhouding tot dat getal.
De schaal die daaruit volgt, is steil. Twintig decibel is tien maal de referentiedruk, dus 200 micropascal. Zestig decibel, een gewoon gesprek, is duizend maal, dus 20 millipascal. Honderdtwintig decibel, de pijngrens, is een miljoen maal: 20 pascal. Het oor bestrijkt in druk een bereik van een miljoen op één, en de micropascal zit op de bodem daarvan.
De onderwaterakoestiek gebruikt dezelfde eenheid maar een andere referentie. Geluid in water wordt betrokken op 1 micropascal in plaats van 20, omdat de menselijke gehoordrempel in zee zinloos is. Dat verschil weegt zwaar: een onder water genoemd decibelniveau is niet vergelijkbaar met een in lucht, en de afstand tussen beide afspraken bedraagt ongeveer 26 decibel vóór enige andere correctie. Sonargetallen, metingen van walvisgezang en onderzoeken naar scheepvaartlawaai dragen daarom de toevoeging re 1 µPa.
Buiten de akoestiek verschijnt de micropascal in de vacuümwetenschap. Een goed hoogvacuüm ligt rond 100 micropascal, en het ultrahoogvacuüm, het gebied van de oppervlaktefysica en de deeltjesversnellers, loopt van enkele micropascal omlaag tot nanopascal. Een kamer tot dat niveau pompen vergt urenlang uitstoken om vastgehecht gas van de wanden te drijven.
De eenheid komt ook voor bij stralingsdruk en bij de zeer kleine drukverschillen die laboratoriuminstrumenten kunnen onderscheiden. Wat in micropascal wordt gemeten is een meetgrootheid en geen kracht die iemand zou voelen, en juist dat maakt de afspraak over referentieniveaus zo bruikbaar.
Eén micropascal is gelijk aan 0,000001 pascal, 0,001 millipascal, 1000 nanopascal of ongeveer 0,000000000145 pond per vierkante duim.
Het pond per vierkante duim is een drukeenheid gelijk aan 6894,76 pascal. Het symbool is psi. Het is de kracht van één pond verdeeld over één vierkante duim, en het is de werkdrukeenheid van de Verenigde Staten en van zeer veel wereldwijd verkochte apparatuur, omdat zoveel hydraulische en pneumatische machines naar Amerikaanse specificaties worden ontworpen.
Haar bekendste verschijning is op banden. Een auto wordt tot tussen 30 en 35 pond per vierkante duim opgepompt, een fietsband tot 80 of meer, en een zware vrachtwagen tot ongeveer 100. Doordat de druk en het contactvlak samen het voertuig dragen, verandert een kleine afwijking in het getal het weggedrag, het verbruik en de levensduur van de band, en daarom staat het aan de binnenzijde van het portier van elke auto gedrukt.
Systemen onder druk gebruiken dezelfde schaal. Een persluchtleiding in de werkplaats loopt bij 90 tot 120 pond per vierkante duim, huishoudwater komt aan bij 40 tot 80, hydraulische machines werken rond 3000, en een volle duikfles houdt 3000 of meer. Het handige toeval is dat de luchtdruk 14,7 pond per vierkante duim is, zodat een aflezing van 30 absoluut gezien ongeveer drie maal de luchtdruk betekent.
Dat absolute onderscheid staat in het symbool zelf geschreven. Ingenieurs schrijven psig voor overdruk, gemeten boven de omringende lucht, en psia voor absolute druk, gemeten vanaf vacuüm. Een band bij 32 psig staat op 46,7 psia, en die twee door elkaar halen in een berekening van gashoeveelheid of vatsterkte levert een fout van één atmosfeer op, wat bij lage drukken het grootste deel van het antwoord is.
De luchtvaart gebruikt haar voor het cabinedrukverschil. Een verkeersvliegtuig houdt op kruishoogte een drukverschil van ongeveer acht tot negen pond per vierkante duim tussen cabine en buitenlucht, en de romp wordt tegen die herhaalde belasting ontworpen en op vermoeiing beproefd. Dat getal bepaalt de werkzame cabinehoogte en daarmee hoe passagiers zich aan het eind van een lange vlucht voelen.
De omrekening naar metriek is exact maar weinig memorabel, want één pond per vierkante duim is 6894,76 pascal. De twee vuistregels die het meenemen waard zijn: één bar is ongeveer 14,5 pond per vierkante duim, en één pond per vierkante duim is ongeveer zeven kilopascal; beide volstaan om een meter te beoordelen en geen van beide volstaat voor een ontwerpberekening.
Eén pond per vierkante duim is gelijk aan 6894,76 pascal, ongeveer 0,0689 bar, ongeveer 6,89 kilopascal of ongeveer 0,068 atmosfeer.