| Gigaoctetten per seconde (Go/s) | Zettaoctetten per seconde (Zo/s) |
|---|---|
| 1 Gigaoctet per seconde | 1 × 10-12 Zo/s |
| 2 Gigaoctetten per seconde | 2 × 10-12 Zo/s |
| 3 Gigaoctetten per seconde | 3 × 10-12 Zo/s |
| 4 Gigaoctetten per seconde | 4 × 10-12 Zo/s |
| 5 Gigaoctetten per seconde | 5 × 10-12 Zo/s |
| 10 Gigaoctetten per seconde | 1 × 10-11 Zo/s |
| 20 Gigaoctetten per seconde | 2 × 10-11 Zo/s |
| 25 Gigaoctetten per seconde | 2.5 × 10-11 Zo/s |
| 50 Gigaoctetten per seconde | 5 × 10-11 Zo/s |
| 100 Gigaoctetten per seconde | 1 × 10-10 Zo/s |
| Referentie | Gigaoctetten per seconde (Go/s) | Zettaoctetten per seconde (Zo/s) |
|---|---|---|
| A dial-up modem | 0.000007 Go/s | 7 × 10-18 Zo/s |
| Typical home broadband | 0.0125 Go/s | 1.25 × 10-14 Zo/s |
| Gigabit Ethernet | 0.125 Go/s | 1.25 × 10-13 Zo/s |
| Streaming a 4K film | 0.003125 Go/s | 3.125 × 10-15 Zo/s |
Het gigaoctet per seconde is een eenheid van gegevensoverdrachtssnelheid gelijk aan een miljard octetten per seconde, ofwel acht gigabit per seconde. Het symbool is Go/s. Het is de eenheid van de snelste opslagapparaten en van de bussen binnen een computer, waar gegevens tussen processor, geheugen en schijf bewegen.
Halfgeleiderschijven op de huidige aansluiting halen 3 tot 14 gigaoctet per seconde, naargelang het aantal banen dat zij gebruiken en de generatie van de bus. Elke baan van de randapparatuurkoppeling geeft in de huidige generatie ongeveer 2 gigaoctet per seconde, en een schijf gebruikt er doorgaans vier. Een generatie verder verdubbelt het tempo, en daarom zijn de getallen zo gestaag gestegen.
Het hoofdgeheugen is nog sneller. Een hedendaags geheugenkanaal levert 30 tot 60 gigaoctet per seconde, en een machine met meerdere kanalen haalt honderden. Grafische processors, die duizenden rekeneenheden tegelijk moeten voeden, gebruiken geheugen met bandbreedten van duizenden gigaoctet per seconde, en daar maakt de eenheid plaats voor teraoctet.
Die rangorde bepaalt hoe een programma zich gedraagt. Een processor kan veel meer bewerkingen per seconde uitvoeren dan het geheugen van gegevens kan voorzien, zodat vrijwel alle snelle programmatuur zo wordt geschreven dat gegevens in de kleine snelle tussengeheugens blijven in plaats van ze telkens weer uit het hoofdgeheugen te halen. Het hele vak van prestatietechniek rust op de omvang van deze verschillen.
Ter alledaagse vergelijking kopieert één gigaoctet per seconde een film van twee gigaoctet in twee seconden en vult een schijf van één teraoctet in ongeveer zeventien minuten. Dat is sneller dan het net in vrijwel elk huis en sneller dan de meeste externe verbindingen, zodat het knelpunt in dit tempo terugkeert naar wat er aan de andere kant staat.
De eenheid beschrijft ook netverbindingen in het rekencentrum. Een verbinding van tien gigabit is 1,25 gigaoctet per seconde, een van honderd gigabit 12,5, en beide zijn gangbaar tussen servers. Een opslaggetal in octetten met een netgetal in bits vergelijken vergt de factor acht, en die vergeten is hoe apparatuur slecht op elkaar afgestemd raakt.
Eén gigaoctet per seconde is gelijk aan 1 000 000 000 octetten per seconde, 8 gigabit per seconde of ongeveer 0,9313 gibioctet per seconde.
Het zettaoctet per seconde is een eenheid van gegevensoverdrachtssnelheid gelijk aan duizend exaoctet per seconde, ofwel acht zettabit per seconde. Het symbool is Zo/s. Een verbinding in dit tempo zou alles wat de mensheid ooit heeft bewaard in ruim minder dan een seconde overdragen, en dat is de helderste manier om te zeggen hoe ver zij voorbij de huidige techniek ligt.
De vergelijking is het zorgvuldig maken waard. Schattingen van de bewaarde gegevens van de wereld reiken tot enkele honderden zettaoctet, zodat één zettaoctet per seconde ze alle in hooguit enkele minuten zou verplaatsen, en een aanzienlijk deel ervan elke seconde. Niets zou gegevens in dat tempo kunnen voortbrengen en niets zou ze kunnen bewaren, zodat de eenheid een capaciteit beschrijft zonder mogelijke bron en zonder mogelijke bestemming.
De energie is de beperking die dit tot meer maakt dan een kwestie van technische inspanning. Eén bit verzenden kost energie — in de optiek, in de elektronica die haar aandrijft, en in de koeling die de afvalwarmte afvoert. Hedendaagse optische stelsels gebruiken in de orde van een picojoule per bit van eind tot eind. Bij één zettaoctet per seconde komt dat neer op gigawatts aan onafgebroken vermogen voor de verbinding alleen, wat de voortbrengst van verscheidene grote centrales is.
Dat getal is geen harde natuurkundige grens maar een technische, en het is gestaag gedaald. De energiekosten per bit van optische overdracht zijn in veertig jaar met meerdere grootteorden gezakt en dalen nog. De theoretische bodem, gesteld door de warmteleer, ligt nog veel lager, zodat de hindernis techniek is en geen natuurkunde.
De praktische rol van de eenheid ligt in de volledigheid van het voorvoegselstelsel en niet in enige toepassing. Een tabel van overdrachtssnelheden die vóór zetta ophield zou wie haar nodig had dwingen een naam te bedenken, en met elkaar wedijverende bedachte namen zijn hoe meetstelsels uiteenvallen. De hele ladder vastleggen kost niets en voorkomt dat.
Voor een omrekener is de rekensom dezelfde als voor elk ander voorvoegsel: één zettaoctet per seconde is acht zettabit per seconde, duizend exaoctet en een miljoen petaoctet. De regel verandert niet omdat de grootheid onbereikbaar is.
Eén zettaoctet per seconde is gelijk aan 1000 exaoctet per seconde, 8 zettabit per seconde of ongeveer 0,8470 zebioctet per seconde.