| Referentie | Bits (bit) | Zettabits (Zbit) |
|---|---|---|
| A plain text message (160 characters) | 1280 bit | 1.28 × 10-18 Zbit |
| A three-minute MP3 | 24000000 bit | 2.4 × 10-14 Zbit |
| A smartphone photo | 32000000 bit | 3.2 × 10-14 Zbit |
| A high-definition film | 3.2 × 1010 bit | 3.2 × 10-11 Zbit |
| A dual-layer Blu-ray disc | 4 × 1011 bit | 4 × 10-10 Zbit |
De bit is de grondeenheid van informatie. Het symbool is bit, en de naam is een samentrekking van het Engelse binary digit, binair cijfer, gemunt door de statisticus John Tukey en in druk gebracht door Claude Shannon in zijn stuk uit 1948, Een wiskundige theorie van de communicatie, het werk dat de informatietheorie grondvestte.
Eén bit is de hoeveelheid informatie die één enkele keuze tussen twee even waarschijnlijke mogelijkheden draagt. Een munt die kop of munt valt, een schakelaar open of dicht, een spanning hoog of laag: elk daarvan beslist één bit. Die bepaling maakt de bit tot een eenheid en niet slechts tot een schrijfgewoonte. Zij meet hoeveel onzekerheid een antwoord wegneemt, en dat los van waarover de vraag ging.
Shannons inzicht was dat dit te tellen viel. Een bericht getrokken uit een alfabet van tweeëndertig even waarschijnlijke tekens draagt vijf bits per teken, want tweeëndertig is twee tot de vijfde. Zijn de tekens niet even waarschijnlijk — zoals de letters van een taal dat niet zijn — dan daalt het gemiddelde, en juist die afstand tussen de naïeve telling en het ware gemiddelde is wat compressie uitbuit. Een goed gecomprimeerd bestand is er een waaruit de overtollige bits zijn verwijderd.
In de apparatuur is de bit een fysieke toestand: een lading gevangen op een zwevende poort in flashgeheugen, de richting van magnetisatie van een gebied op de schijf van een harde schijf, een putje of een vlak op een optische schijf, een lichtpuls aanwezig of afwezig in een vezel. Alle coderen dezelfde abstracte grootheid, en daarom kunnen gegevens er zonder verlies tussen bewegen.
Bij opslag worden bits vrijwel nooit één voor één geteld. Zij worden gebundeld tot octetten van acht, en de ruimte wordt in octetten of hun veelvouden opgegeven. Overdracht is iets anders: net- en aansluitsnelheden worden in bits per seconde opgegeven, zodat een verbinding die als 100 megabit per seconde wordt aangeprezen ongeveer 12,5 megaoctet per seconde levert. De twee verwarren is de meest voorkomende rekenfout van het hele vakgebied.
Waar losse bits wél worden geteld, is in opgaven van fijnheid en bereik. Een kleurkanaal met 8 bits houdt 256 stappen; een met 10 bits houdt er 1024. Geluid met 16 bits per monster heeft ongeveer 96 decibel dynamiek, en met 24 bits ongeveer 144. Een 64-bits adres kan zo'n 18 triljoen plaatsen benoemen. In elk geval verdubbelt elke toegevoegde bit wat onderscheiden kan worden.
Eén bit is gelijk aan 0,125 octet, 0,001 kilobit of ongeveer 0,0009766 kibibit.
De zettabit is een eenheid van digitale informatie gelijk aan duizend exabit, ofwel duizend triljoen bits — een één gevolgd door eenentwintig nullen. Het symbool is Zbit. Het is de grootste eenheid waarin werkelijke, gemeten hoeveelheden gegevens nog geregeld worden gemeld, en zij kwam pas in de laatste vijftien jaar in algemeen gebruik.
Eén zettabit is 125 exaoctet. De uitdrukking die het voorvoegsel vertrouwd maakte was het zettabyte-tijdperk, gemunt voor het ogenblik rond 2016 waarop het jaarlijkse wereldwijde internetverkeer voor het eerst één zettaoctet overschreed. Die drempel kwam ruim tien jaar nadat het jaarverkeer voor het eerst één exaoctet passeerde, wat een goed beeld geeft van het groeitempo waar het om gaat.
Schattingen van de totale hoeveelheid bestaande gegevens worden in zettaoctet gegeven. De wereldwijde datasfeer — alles wat op elke server, schijf, telefoon en geheugenkaart is bewaard, plus alles wat wordt gemaakt en meteen weggegooid — wordt op ergens boven de honderd zettaoctet gesteld, wat meer is dan achthonderd zettabit. Niemand telt dit rechtstreeks; de cijfers komen uit fabricagestatistiek en modellen.
Vrijwel alles daarvan wordt door machines voortgebracht en door niemand ooit gelezen. Bewakingsbeelden die worden opgenomen en overschreven, meetgegevens van voelers, logboeken, veiligheidskopieën en de vele kopieën die redundantie vergt vormen het overweldigende deel. Het deel dat een mens ooit heeft bekeken is een verdwijnend klein deel van het geheel, en dat aandeel krimpt elk jaar.
Het voorvoegsel zetta werd in 1991 aangenomen, samen met yotta, op een conferentie die ook moest overwegen welke letters nog vrij waren. Z en Y werden mede gekozen omdat ze ongebruikt waren, en het naamgevingspatroon ontleend aan Griekse en Latijnse telwoorden was toen al los geworden. De toevoegingen ronna en quetta in 2022 verlengden de ladder om dezelfde reden naar boven.
Ter vergelijking: één zettabit informatie geschreven als tekst op één enkele regel tekens zou zich ver voorbij het zonnestelsel uitstrekken. De eenheid beschrijft niets wat een mens kan vasthouden of hanteren; zij beschrijft de opgehoopte voortbrengst van een beschaving, en zij is juist daarom bruikbaar omdat die hoeveelheid nu een naam nodig heeft.
Eén zettabit is gelijk aan 1000 exabit, 125 exaoctet of ongeveer 0,8470 zebibit.