| Kubieke millimeters (mm³) | Centiliters (cL) |
|---|---|
| 1 Kubieke millimeter | 0.0001 cL |
| 2 Kubieke millimeters | 0.0002 cL |
| 3 Kubieke millimeters | 0.0003 cL |
| 4 Kubieke millimeters | 0.0004 cL |
| 5 Kubieke millimeters | 0.0005 cL |
| 10 Kubieke millimeters | 0.001 cL |
| 20 Kubieke millimeters | 0.002 cL |
| 25 Kubieke millimeters | 0.0025 cL |
| 50 Kubieke millimeters | 0.005 cL |
| 100 Kubieke millimeters | 0.01 cL |
| Referentie | Kubieke millimeters (mm³) | Centiliters (cL) |
|---|---|---|
| A teaspoon | 5000 mm³ | 0.5 cL |
| A can of soft drink | 330000 mm³ | 33 cL |
| A wine bottle | 750000 mm³ | 75 cL |
| A bathtub | 150000000 mm³ | 15000 cL |
| An Olympic swimming pool | 2.5 × 1012 mm³ | 250000000 cL |
De kubieke millimeter is een inhoudsmaat gelijk aan een duizendste kubieke centimeter, geschreven mm³. Hij is de inhoud van een kubus van één millimeter ribbe en precies één microliter. Welke van de twee namen wordt gebruikt hangt ervan af of het gemetene een vaste stof of een vloeistof is, en dat onderscheid is louter een zaak van vakgewoonte.
De verspaning meet er haar productiviteit in. De verspaningssnelheid van een frees of een slijpschijf wordt in kubieke millimeter per minuut gegeven, en dat ene getal vat wat machine en gereedschap vermogen beter samen dan spiltoerental of aanzet elk voor zich. Twee snijstrategieën, twee gereedschapscoatings of twee machines vergelijken betekent vergelijken hoeveel kubieke millimeter metaal elk per tijdseenheid in spanen verandert.
De additieve fabricage keert dezelfde meting om. Een printer met gesmolten draad legt tien tot twintig kubieke millimeter per seconde neer, een lasermachine met poederbed aanzienlijk minder, en de bouwtijd volgt rechtstreeks uit het volume van het onderdeel gedeeld door die snelheid. Doordat het volume van een onderdeel exact uit het model bekend is, is de schatting ongewoon betrouwbaar.
Slijtage- en duurzaamheidsproeven gebruiken de eenheid om verlies te beschrijven. Een specifieke slijtagesnelheid wordt in kubieke millimeter afgenomen per newton belasting en meter glijweg gegeven, waardoor materialen van zeer uiteenlopende hardheid op één schaal vergelijkbaar worden. Lagerlevensduur, remblokproeven en de beoordeling van deklagen komen alle neer op het tellen van kubieke millimeters die er niet meer zijn.
De medische beeldvorming werkt in dezelfde orde. Microcomputertomografie van bot rapporteert trabeculair volume en porositeit in kubieke millimeters, tumorvolumes bij vroege beeldvorming worden op dezelfde wijze gegeven, en voxelgroottes bij hoge resolutie worden als breuken van één geschreven. In elk geval is de eenheid klein genoeg om structuur te beschrijven en niet enkel omvang.
Haar gelijkheid met de microliter is het onthouden waard wanneer men tussen vakgebieden beweegt. Een ingenieur die over een kubieke millimeter materiaal spreekt en een bioloog die over een microliter oplossing spreekt, bedoelen dezelfde grootheid, en elke berekening die beide mengt heeft in het geheel geen omrekenfactor nodig.
Eén kubieke millimeter is gelijk aan 1 microliter, 0,001 kubieke centimeter, 0,000000001 kubieke meter of ongeveer 0,000061 kubieke duim.
De centiliter is een inhoudsmaat gelijk aan een honderdste liter, of tien milliliter. Het symbool is cL, en de kleine vorm cl wordt eveneens gebruikt. Anders dan de meeste eenheden met het voorvoegsel centi heeft zij een echt handelsleven, omdat zij toevallig de maat is die bij drankenetikettering past, en in verscheidene landen is het de vorm die op vrijwel elke fles staat gedrukt.
Drankverpakkingen zijn haar voornaamste betrekking. In Frankrijk, België, Italië en Spanje wordt een wijnfles met 75 cL geëtiketteerd, een bier met 33 of 50 cL, een frisdrank met 33 cL en een miniatuurfles gedistilleerd met 5 cL. Dezelfde verpakkingen dragen 750 ml en 330 ml in Groot-Brittannië, Duitsland en het grootste deel van de Engelstalige wereld, en daarom lijken gelijke flessen verschillende getallen te voeren naargelang waar zij gevuld werden.
De schenkmaten volgen dezelfde tweedeling. Een gewone portie gedistilleerd is 4 cL in Frankrijk en 2 of 4 cL in Duitsland en Oostenrijk, terwijl Groot-Brittannië 25 of 35 milliliter schenkt en de Verenigde Staten vloeibare onsen gebruiken. Europese cocktailrecepten worden geheel in centiliters geschreven, zodat een klassieke verhouding van zes tot drie tot één als 6 cL, 3 cL en 1 cL verschijnt, wat zuiverder leest dan de millilitertegenhangers.
Er is geen wettelijk verschil tussen de vormen. De etiketteringsregels van de Europese Unie aanvaarden milliliters, centiliters en liters, zodat de keuze een zaak van nationale schrijfgewoonte is en niet van voorschrift. Waar centiliters worden gebruikt, blijft het getal op een fles voor elke gangbare verpakkingsmaat tussen één en honderd, precies het bereik dat een voorvoegsel behoort te leveren.
De eenheid laat zich bovendien makkelijk voorstellen. Tien milliliter is twee theelepels, een flinke slok water, of het maatbekertje dat bij een hoestdrank wordt geleverd. Een eetlepel is anderhalve centiliter, een espresso ongeveer drie, en een op standaardmaat geschonken wijnglas twaalf tot vijftien.
Omrekenen tussen de stelsels vraagt enige zorg, want de centiliter valt tussen de twee oude kleine maten in. Zij is 0,338 Amerikaanse vloeibare ons en 0,352 Britse vloeibare ons, zodat geen van beide rond uitkomt, en drankvolumes die tussen Europa en Noord-Amerika worden omgerekend eindigen vrijwel altijd afgerond in plaats van exact.
Eén centiliter is gelijk aan 10 milliliter, 0,01 liter, ongeveer 0,338 Amerikaanse vloeibare ons of ongeveer 0,352 Britse vloeibare ons.