| Zettabits per seconde (Zbit/s) | Petabits per seconde (Pbit/s) |
|---|---|
| 1 Zettabit per seconde | 1000000 Pbit/s |
| 2 Zettabits per seconde | 2000000 Pbit/s |
| 3 Zettabits per seconde | 3000000 Pbit/s |
| 4 Zettabits per seconde | 4000000 Pbit/s |
| 5 Zettabits per seconde | 5000000 Pbit/s |
| 10 Zettabits per seconde | 10000000 Pbit/s |
| 20 Zettabits per seconde | 20000000 Pbit/s |
| 25 Zettabits per seconde | 25000000 Pbit/s |
| 50 Zettabits per seconde | 50000000 Pbit/s |
| 100 Zettabits per seconde | 100000000 Pbit/s |
| Referentie | Zettabits per seconde (Zbit/s) | Petabits per seconde (Pbit/s) |
|---|---|---|
| A dial-up modem | 5.6 × 10-17 Zbit/s | 5.6 × 10-11 Pbit/s |
| Typical home broadband | 1 × 10-13 Zbit/s | 0.0000001 Pbit/s |
| Gigabit Ethernet | 1 × 10-12 Zbit/s | 0.000001 Pbit/s |
| Streaming a 4K film | 2.5 × 10-14 Zbit/s | 0.000000025 Pbit/s |
De zettabit per seconde is een eenheid van gegevensoverdrachtssnelheid gelijk aan duizend exabit per seconde. Het symbool is Zbit/s. Geen stelsel op aarde verplaatst gegevens in dit tempo, en geen enkel is gepland; de eenheid bestaat omdat het metriek stelsel elk voorvoegsel voor elke eenheid bepaalt, of de samenstelling nu al nodig was of niet.
Om te zien hoe ver het weg is, neme men het hele internet. Het wereldverkeer loopt thans gemiddeld op ongeveer één exabit per seconde, zodat de communicatie van de hele planeet duizendvoudig zou moeten groeien om één zettabit per seconde te halen. Bij de groeitempo's van de laatste twee decennia zou dat twintig tot dertig jaar duren, precies het soort doortrekking dat al in beide richtingen fout is geweest.
Eén zettabit per seconde is 125 exaoctet per seconde. Daar de wereldwijde opslagfabricage op enkele honderden exaoctet per jaar ligt, zou een verbinding in dit tempo de hele jaarproductie van nieuwe ruimte in een paar seconden overdragen. Aan het verre eind zou niets kunnen worden bewaard; de gegevens zouden moeten worden verwerkt en weggegooid naarmate zij binnenkwamen.
Dat laatste punt is minder verzonnen dan het klinkt. Verscheidene bestaande stelsels werpen al vrijwel alles weg wat zij ontvangen: deeltjesdetectoren, opstellingen van radiotelescopen en netbewakingsstelsels verwerken veel meer dan zij bewaren, want bewaren is onmogelijk en overbodig. Een verbinding van één zettabit per seconde zou een uiterst geval zijn van een architectuur die al bestaat.
De stoffelijke hindernissen zijn minder onvoorwaardelijk dan zij lijken. De theoretische capaciteit van één enkele glasvezel ligt ver boven wat vandaag wordt gebruikt, en de praktische grenzen komen voort uit de ruis van de versterkers, uit niet-lineaire werkingen en uit de elektronica aan elk eind, niet uit het glas zelf. Genoeg vezels samennemen zou één zettabit per seconde halen; de moeilijkheid is dat niemand er reden toe heeft.
Voor een omrekener doet de eenheid ertoe omdat prognoses en capaciteitsmodellen worden geschreven in de eenheid die de getallen leesbaar houdt. Een doortrekking die tot in de jaren vijftig van deze eeuw reikt kan redelijkerwijs totalen in zettabit per seconde geven, en een lezer moet die naar iets vertrouwds kunnen omrekenen.
Eén zettabit per seconde is gelijk aan 1000 exabit per seconde, 125 exaoctet per seconde of ongeveer 0,8470 zebibit per seconde.
De petabit per seconde is een eenheid van gegevensoverdrachtssnelheid gelijk aan duizend terabit per seconde. Het symbool is Pbit/s. Zij markeert de grens van het onderzoek naar optische overdracht: het tempo waarmee laboratoria gegevens door één enkele glasdraad hebben gevoerd, en dat geen uitgerold stelsel nog benadert.
De records werden gezet door drie technieken te verenigen. Meerkernige vezel legt verscheidene aparte lichtgeleidende paden binnen dezelfde mantel, zodat één draad zich als een bundel gedraagt. Golflengtemultiplexering laat honderden aparte kleuren door elk van die kernen lopen. Geavanceerde modulatie codeert vele bits in elke puls. Het product van de drie haalt een petabit per seconde.
Zulke demonstraties lopen over tientallen kilometers vezel onder beheerste omstandigheden, niet over de duizenden die een werkende zeekabel moet overspannen. De afstand is het moeilijke: signalen verzwakken, spreiding smeert de pulsen in elkaar, en niet-lineaire werkingen in het glas groeien met het vermogen. Elke toegevoegde kilometer maakt hetzelfde tempo lastiger vol te houden, en daarom liggen gelegde kabels twee grootteorden onder het laboratoriumrecord.
In octetten is één petabit per seconde 125 teraoctet per seconde, ruwweg de opslag van honderdvijfentwintig grote harde schijven, elke seconde verplaatst. Niets aan een van beide einden van zo'n verbinding zou gegevens in dat tempo kunnen voortbrengen of opnemen; het getal beschrijft de capaciteit van het medium en geen gebruik ervan.
Op netniveau dient de eenheid voor optelsommen. De totale koppelcapaciteit van een zeer groot rekencentrum, de gezamenlijke capaciteit van alle kabels die op een werelddeel aanlanden en het piekverkeer van de grootste inhoudsnetten worden in petabit per seconde opgegeven. Dat zijn sommen over duizenden verbindingen en niet de waardering van één ervan.
De ontwikkelingslijn is het opmerken waard. De capaciteit over de oceanen is decennialang ongeveer een factor tien per zeven of acht jaar gegroeid, vrijwel geheel gedreven door betere elektronica en betere codering en niet door meer glas. Houdt dat aan, dan zal de petabit per seconde binnen een generatie een werkende kabel beschrijven.
Eén petabit per seconde is gelijk aan 1000 terabit per seconde, 125 teraoctet per seconde of ongeveer 0,8882 pebibit per seconde.