| Zettabits per seconde (Zbit/s) | Megabits per seconde (Mbit/s) |
|---|---|
| 1 Zettabit per seconde | 1 × 1015 Mbit/s |
| 2 Zettabits per seconde | 2 × 1015 Mbit/s |
| 3 Zettabits per seconde | 3 × 1015 Mbit/s |
| 4 Zettabits per seconde | 4 × 1015 Mbit/s |
| 5 Zettabits per seconde | 5 × 1015 Mbit/s |
| 10 Zettabits per seconde | 1 × 1016 Mbit/s |
| 20 Zettabits per seconde | 2 × 1016 Mbit/s |
| 25 Zettabits per seconde | 2.5 × 1016 Mbit/s |
| 50 Zettabits per seconde | 5 × 1016 Mbit/s |
| 100 Zettabits per seconde | 1 × 1017 Mbit/s |
| Referentie | Zettabits per seconde (Zbit/s) | Megabits per seconde (Mbit/s) |
|---|---|---|
| A dial-up modem | 5.6 × 10-17 Zbit/s | 0.056 Mbit/s |
| Typical home broadband | 1 × 10-13 Zbit/s | 100 Mbit/s |
| Gigabit Ethernet | 1 × 10-12 Zbit/s | 1000 Mbit/s |
| Streaming a 4K film | 2.5 × 10-14 Zbit/s | 25 Mbit/s |
De zettabit per seconde is een eenheid van gegevensoverdrachtssnelheid gelijk aan duizend exabit per seconde. Het symbool is Zbit/s. Geen stelsel op aarde verplaatst gegevens in dit tempo, en geen enkel is gepland; de eenheid bestaat omdat het metriek stelsel elk voorvoegsel voor elke eenheid bepaalt, of de samenstelling nu al nodig was of niet.
Om te zien hoe ver het weg is, neme men het hele internet. Het wereldverkeer loopt thans gemiddeld op ongeveer één exabit per seconde, zodat de communicatie van de hele planeet duizendvoudig zou moeten groeien om één zettabit per seconde te halen. Bij de groeitempo's van de laatste twee decennia zou dat twintig tot dertig jaar duren, precies het soort doortrekking dat al in beide richtingen fout is geweest.
Eén zettabit per seconde is 125 exaoctet per seconde. Daar de wereldwijde opslagfabricage op enkele honderden exaoctet per jaar ligt, zou een verbinding in dit tempo de hele jaarproductie van nieuwe ruimte in een paar seconden overdragen. Aan het verre eind zou niets kunnen worden bewaard; de gegevens zouden moeten worden verwerkt en weggegooid naarmate zij binnenkwamen.
Dat laatste punt is minder verzonnen dan het klinkt. Verscheidene bestaande stelsels werpen al vrijwel alles weg wat zij ontvangen: deeltjesdetectoren, opstellingen van radiotelescopen en netbewakingsstelsels verwerken veel meer dan zij bewaren, want bewaren is onmogelijk en overbodig. Een verbinding van één zettabit per seconde zou een uiterst geval zijn van een architectuur die al bestaat.
De stoffelijke hindernissen zijn minder onvoorwaardelijk dan zij lijken. De theoretische capaciteit van één enkele glasvezel ligt ver boven wat vandaag wordt gebruikt, en de praktische grenzen komen voort uit de ruis van de versterkers, uit niet-lineaire werkingen en uit de elektronica aan elk eind, niet uit het glas zelf. Genoeg vezels samennemen zou één zettabit per seconde halen; de moeilijkheid is dat niemand er reden toe heeft.
Voor een omrekener doet de eenheid ertoe omdat prognoses en capaciteitsmodellen worden geschreven in de eenheid die de getallen leesbaar houdt. Een doortrekking die tot in de jaren vijftig van deze eeuw reikt kan redelijkerwijs totalen in zettabit per seconde geven, en een lezer moet die naar iets vertrouwds kunnen omrekenen.
Eén zettabit per seconde is gelijk aan 1000 exabit per seconde, 125 exaoctet per seconde of ongeveer 0,8470 zebibit per seconde.
De megabit per seconde is een eenheid van gegevensoverdrachtssnelheid gelijk aan een miljoen bits per seconde. Het symbool is Mbit/s, vaak geschreven als Mbps. Het is de eenheid waarin internetverbindingen worden verkocht, wat haar tot de gegevenseenheid maakt die de meeste mensen bij naam tegenkomen.
Omdat het om een decimaal miljoen gaat en niet om 1 048 576, is de omrekening naar octetten exact en eenvoudig: één megabit per seconde is 125 kilooctet per seconde, zodat een verbinding van honderd megabit hooguit ongeveer 12,5 megaoctet per seconde levert. Wie naar een bestandsoverdracht kijkt en de deling maakt, heeft het hele verband begrepen tussen hoe verbindingen worden aangeprezen en hoe overdrachten worden gemeld.
Wat een huishouden werkelijk nodig heeft ligt ver onder wat het gewoonlijk afsluit. Video in gewone resolutie gebruikt ongeveer 3 megabit per seconde, hoge resolutie ongeveer 5, ultrahoge resolutie ongeveer 25. Een beeldgesprek ligt tussen 3 en 8. Een groot gezin dat vier afzonderlijke hogeresolutiestromen bekijkt terwijl iemand een spel binnenhaalt, gebruikt misschien 60 megabit per seconde, wat een verbinding van honderd ruimschoots aankan.
De reden om meer capaciteit te kopen is niet de piek maar het gedrag onder belasting. Een verbinding dicht bij haar grens vormt wachtrijen, en wachtrijen voegen vertraging toe, die zich uit als haperen in beeldgesprekken en traagheid in spellen. Een verbinding met royale marge houdt haar vertraging laag, en dat is een merkbaarder verbetering dan een hoger getal in een snelheidstest.
Bedrade lokale netten passeren dit bereik op weg naar boven. Het oorspronkelijke ethernet liep op 10 megabit per seconde, zijn opvolger op 100, en beide waren elk een decennium lang de gewone kantooraansluiting voordat de gigabit ze verving. De draadloze normen volgden dezelfde weg met vertraging, en beide worden nu in honderden megabit of in gigabit gemeten.
De werkelijke doorvoer ligt altijd onder het nominale tempo. De protocollast neemt 5 tot 10 procent op een bedrade verbinding; een gedeeld draadloos kanaal verliest veel meer, want het medium wordt verdeeld over alle apparaten die het gebruiken en storing dwingt tot hersenden. Een verbinding die als 100 megabit per seconde wordt aangeprezen en 90 over kabel en 50 over een belast draadloos net meet, gedraagt zich normaal.
Eén megabit per seconde is gelijk aan 1 000 000 bits per seconde, 125 kilooctet per seconde of ongeveer 0,9537 mebibit per seconde.